Korte herfstvakantie in Daaden 2014: eind goed al goed?

Korte herfstvakantie in Daaden 2014: eind goed al goed?

19 - 23 oktober 2014 | Een wel heel bijzondere korte herfstvakantie hebben we in Daaden beleefd waar we getergd werden door min of meer ernstige voorvallen. Het begon voor mij direct al na aankomst bij ons Ferienhaus: het zijraam van mijn auto wilde niet meer dicht. Gelukkig werd dit probleem opgelost bij een garage in het dorp. Meer ‘rampen’ volgden.

We zaten met onze groep in een redelijk groot maar voor onze groep eigenlijk net te klein, 400 jaar oud vakwerkhuis. Enkele mensen sliepen daarom in het pand naast ons het huis. Ons Ferienhaus lag in het centrum vlak bij een kerktoren die ook s-nachts als je de slaap probeerde te vatten niet alleen luidruchtig de hele en halve uren sloeg maar ook de kwartieren! Met soms kleine oogjes in de ochtend als gevolg bij sommigen van de 28 deelnemers.

We hebben mooie wandelingen gemaakt. We zaten in het Westerwald. Overigens niet iedereen van onze groep wandelt. We hebben eigenlijk al een paar jaar een vaste groep fietsers. Het weer was overwegend bewolkt, niet echt koud. Eén dag was ronduit regenachtig. Op deze dag wandelden we naar Herdorf en bezochten het Bergbaumuseum aldaar. In het gebied waar wij zaten werd vroeger aan mijnbouw gedaan: ijzer, zilver en koperwinning. In dit museum was in de kelder een mijnschacht nagebouwd. Het meest bijzondere museum bezochten we echter een dag eerder in Herdorf. We wandelden langs een woning en we moesten van de al wat oudere bewoner beslist binnenkomen. Hij stelde zich voor met Hans Ermert. In zijn woning had hij een jeugdherbergmuseum ondergebracht. Mogelijk het enige jeugdherbergmuseum in de hele wereld. Hier zagen we voorwerpen, foto’s en zelfs een jongens- en een meisjesslaapkamer van een jeugdherberg van pakweg de dertiger jaren van de vorige eeuw. Hij had ook attributen en met name ansichtkaarten van Nederlandse jeugdherbergen uit die oude tijd. Ansichtkaarten met een postzegel van 2 cent bijvoorbeeld. De heer Ermert vertelde honderduit. Hij was vroeger gymnast op hoog niveau geweest met zijn tweelingbroer. Hij bood ons schnaps aan waar een aantal van ons graag van proefde. Hij had verder antieke fototoestellen en een hoek van een kamer was ingericht ter ere van Maria van Kevelaer. Bij thuiskomst aan het eind van elke wandeldag was er thee en een plakje cake. We verbleven nu trouwens in het zelfde gebied als tijdens ons herfstwandelweekend in 2011 toen wij Langenbach bei Kirburg als standplaats hadden. We hebben net als toen het Schloss Friedewald bezocht. Deze keer was het open en konden we van een heerlijke lunch genieten in een fraai ingerichte zaal met een enorme spiegel en een wat ondeugend behangetje.

In ons huis was trouwens een sauna. Het was best aangenaam na een dag wandelen en vóór het diner even de sauna in te gaan. Op de tweede avond ging het in de sauna echter mis. Twee keer zelfs! Wat nog voor veel hilariteit zorgde was dat ik op een gegeven moment met alleen een handdoek om m’n middel buiten op het raam stond te tikken om de mensen binnen te vragen me in vredesnaam binnen te laten. De deur naar het tuintje achter ons huis was namelijk in het slot gevallen toen ik buiten even wilde afkoelen. Toen ik binnen werd gelaten, was de “ramp” nog niet voorbij. Er was helaas maar één weg terug naar de sauna en wel recht door de kamer vol met de dames uit onze groep. Veel commotie en heel leuk allemaal.

Minder leuk was dat even daarna Dick op weg van de sauna naar de douche uitgleed over de traptreden. De natte tegels waren spekglad. We hadden elkaar uitgebreid gewaarschuwd om vooral voorzichtig te zijn. Even voordat Dick viel was ik ook uitgegleden, maar gelukkig bleef de schade beperkt tot een blauwe plek. Bij Dick was het duidelijk ernstiger. We hoorden vanuit de sauna Dick vallen, gevolgd door een kreet van pijn. Ik schrok enorm en vloog de sauna uit, vreesde het ergste, maar Dick stond alweer rechtop met zijn hand op zijn achterhoofd. Er lag bloed op de tegels. Dick is naar een ziekenhuisje gebracht 14 km verderop. Het viel gelukkig allemaal reuze mee. De wond achter op zijn hoofd werd gehecht, Dick had geen hersenschudding, maar wel een pijnlijke rug en beetje gekneusde kuit.

De kookploeg van de dag zorgde elke dag voor een verrukkelijk diner. Elke avond aten we met z’n allen in die iets te krappe eetkamer. Pompoensoep, een heerlijke zuurkoolovenschotel. Heerlijke voorafjes en toetjes. Wat je allemaal niet kunt maken met een klein beetje gember, honing en blauwkaas!  De overige “rampen” hebben we prima overleefd: Agnita struikelde tijdens een wandeling nog over mijn schoen en klapte hard op het asfalt. Gelukkig geen kapotte bril en alleen een blauwe plek op haar knie. Mijn neusverkoudheid was dankzij de sauna na een dag al weer over. En dat ik me de laatste dagen niet kon scheren, simpelweg omdat de batterij van mijn scheerapparaat leeg was, mag eigenlijk geen naam hebben. Hooguit kan ik nog bekennen dat ik elke avond met een zucht van verlichting in m’n bed ging liggen: weer een dag overleefd. Nee hoor. Grapje! Ik had het niet willen missen. Het waren fijne dagen. Eind goed al goed.

Herman Lohman